Schrijfsel 31: Zij heeft stijl

Zij heeft stijhijl, ze zei: “Ow oh oh ohoooh.” Zij heeft stijl, ze zei enkel: “Ooohw…”

Ken je de tekst nog? Was jij een Kreuner-believer of ging je eerder voor Clouseau? Ik kon niet kiezen, brulden de liedjes van beiden mee. Maar het liedje van de ‘stijl’ is toch blijven hangen. Niet zelden zing ik het, liefst op zijn ‘Genkers’. ‘Stijl’ wordt dan ‘sjtijl’. Zo zeggen zij dat, de jongeren die iedereen zijn brievenbus weten te wonen. Heerlijke stad.

Maar ik zat met een levensvraag… Ik heb me jarenlang afgevraagd wie ‘zij’ is. Waarover zong Walter dit lied? Wie heeft zoveel stijl dat zij vereeuwigd mocht worden?

Nu ga ik niet beweren dat ik op dit moment het antwoord weet op die vraag. Wat ik wél ga beweren, is dat Walter, als hij het lied vandaag zou uitbrengen, zou gaan zingen voor een toekomstig Maaseiker schepen.

Er komen nieuwe gezichten in het gemeentehuis. De oude garde wordt uitgezwaaid, al dan niet met een spreekwoordelijke schop onder de kont.

Ook de Maaseiker burgemeester krijgt een applausvervanging (als het aan mij ligt toch, al is het maar omwille van zijn brede rug). Dat is anders dan in Kinrooi, waar heel de bevolking Jo Brouns juichend en klappend in het gemeentehuis houdt.

In Maaseik zal Johan Tollenaere de sjerp krijgt. Vrienden noemen hem ook Johan Jan Zjang Tollenaere, dat leerde Facebook mij.

Maar terug naar de kern: de ‘sjtijl’ waar de Kreuners zo mooi over zongen. Dit lied kan zéker niet over Jo Brouns of Johan Tollenaere gaan. Sorry, mannen, Walter zong over een ‘zij’.
Volgens mij kan er maar één (toekomstige) schepen zijn waar Walter dit lied over kan zingen: Ann-Sofie Custers.

Heb je haar voor de verkiezingen over de markt, in de winkelstraten, óveral zien lopen? Dat kan niet! Ann-Sofie loopt niet, ze schrijdt. Volgens mij doet ze alles even bedachtzaam, alsof de omgeving een museum is met de meest kostbare en breekbare stukken.

Ann-Sofie doet mij denken aan die keer waarop ik met een groep tieners uit Genk op trektocht mocht gaan in en rond Parijs. Op de Champs Elysées sprongen de tieners alle winkels binnen. Letterlijk alle winkels, inclusief die verschrikkelijke dure winkel waarin heel wat breekbaar materiaal los op de rekken stond. Daar liepen ze dus… met hun trekkersrugzak nét niet alles omstotend. Dat moment heeft mij minstens een paar maanden van mijn leven gekost. Het is een moment dat ik nooit vergeet, nog steeds blij dat er geen brokken gemaakt zijn.

Nu denk ik: ik had hen wat manieren van Ann-Sofie moeten aanleren. Dan schreden ze door de winkels, lachten ze naar iedereen en werden ze bejubeld.

Maar Ann-Sofie is van Maaseik, niet van Genk. En ze blijft van ons, minstens voor 6 jaren. Ons eigen museum Maaseik met de inwoners als kostbare spullen zullen in goede handen zijn bij haar, want zij heeft ‘sjtijl’.

Ik wens de nieuwe gemeenteraden heel veel succes met het voorbereiden van hun huzaren werkje. Behandel onze steden als juweeltjes, want dat verdienen wij (als inwoners).

Tot volgende week, voor weer een nieuw schrijfsel!

Share on facebook
Facebook
Share on google
Google+
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Share on pinterest
Pinterest

OOK INTERESSANT

(HETZELFDE ... MAAR TOCH ANDERS)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *