Schrijfsel 35: Iets schrijven wat niet mag

Ik ga nu iets schrijven wat ik niet mag. Eigenlijk maak ik met dit schrijfsel een grove pedagogische fout, voor zover pedagogie een échte wetenschap en geen aanvoelen is natuurlijk. Als ik dit in wetenschappelijke boeken zou opzoeken, staat er heel zeker in dikke letters ‘negeer dit gedrag’. En toch… Graag deze schriftelijke pedagogische tik…

In Bree woont een dierenbeul. Een man of vrouw met geweer die zich daarmee uitleeft op katten. Of tenminste op één kat. Ik noem deze kat ‘Redd’, wat (volgens Google Translate) de Noorse vertaling is van ‘bang’.

De foto van het arme dier spreekt boekdelen: een strop rond de nek en kogel boven de poot. Het beestje is daarboven heel bang van iedereen, wat er volgens mijn theorie op wijst dat de beul er menselijk uitziet. Dat verwacht ik niet van iemand die zoiets doet.

Eigenlijk zou ik zo’n dierenbeul zien als een lelijk monster. Groen, behaard gezicht, wratten waar je geen wratten wil zien (overal dus), en dom. Heel dom. Ik denk dat dit monster nooit naar school is kunnen gaan. Hij voelde dat hij uit de boot begon te vallen (door zijn karige woordenschat), dus is hij gaan zoeken naar iets waar hij wel goed in is.
Eerst opende hij een winkel, maar de mensen durfden niet naar het monster te gaan. Poetsman in het ziekenhuis van Bree zorgde voor een volledige leegloop, zelfs verhuis, van dit ziekenhuis.

En overal waar hij liep, met zijn ruwe voeten (want schoenen zijn er niet voor voeten maat 52 met teennagels van 3 cm die stilaan beginnen te krullen), de Breese wegen stuk. Door deze beul zijn er al een eeuwigheid wegwerkzaamheden in Bree.
Met Halloween had hij wel succes, maar die periode is zo kort, dat hij zich te lang nog te slecht voelde.

Daarom kocht deze beul een speelgoedgeweer en begon hij in de tuin op bomen te mikken. Dat lukte aardig goed (mede omdat de bomen in zijn tuin eeuwenoud zijn, met een stam met een diameter van minstens 80 cm). Het speelgoedgeweer veranderde al snel in een minder onschuldig geweer, de boom werd een melkbrik.

Toen gebeurde het: onze ‘vriend’ schoot op een dag een gat in de brik. Melk schoot eruit, maar de beul had niets door. Toen hij, een uurtje later, opnieuw op dezelfde brik wilde schieten, zag hij niet dat er een kat op de geur van de melk was afgekomen. De beul schoot… en raakte. Vanaf dat moment had hij bewegende doelen, doelen als Redd.

De waarheid zou wel eens anders kunnen zijn dan in mijn theorie: je kan hem zomaar tegenkomen. In de winkel, bij de kapper, in het ziekenhuis, bij de tandarts. Misschien ís het wel de tandarts of de dokter… Wie het ook is: deze man of vrouw is het niet waard dat ik over hem of haar schrijf. Of eigenlijk wel: ik hoop dat hij of zij morgen verandert in het monster van mijn theorie. Met de geur waarop wilde zwijnen spontaan af gaan waarna ze aan het monster beginnen te peuzelen… Maar helaas…

Gelukkig bestaan er nog superhelden. Spiderman, Superman, Catwoman… en Sofie. Zij zorgt voor de arme Redd, ze redt Redd. Het beestje is zo bang gemaakt door de lelijke beul dat het niet geplaatst kan worden in een warm gezin.

Hoop jij ook stiekem dat Redd, eens hij terug ‘vrij’ is, wraak gaat nemen? Dat hij laxeermiddelen in het eten van de beul doet, zijn tuin als kattenbak gebruikt en elke nacht een serenade aan het raam van deze snodaard zingt?
Ik gun het onze beul. Beter nog: ik hoop dat Sofie haar heldenvrienden oproept om deze beul te vangen en tot kattenvoer te malen. Het goedkope merk dan.

Zo, genoeg aandacht.

Ik wens je een diervriendelijke week, maand, jaar, leven toe.

Tot volgende week voor een nieuw schrijfsel!

Share on facebook
Facebook
Share on google
Google+
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Share on pinterest
Pinterest

OOK INTERESSANT

(HETZELFDE ... MAAR TOCH ANDERS)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *