De Dodendraad leeft: Wit lint van bloeiende krokussen op de grens Weert-Bocholt

Op de grens tussen Bocholt-Weert en Stramproy is het witte lint van bloeiende krokussen weer zichtbaar langs het voormalig traject van de Dodendraad. De bloembollen zijn in 2018 – honderd jaar na het einde van de eerste wereldoorlog geplant door kinderen van de scholen uit Weert, Bocholt en Stramproy. De vroege bloei van de krokussen langs de grens is een primeur voor Nederlands en Belgisch Limburg.

Het bloeiend krokuslint markeert het voormalig traject van de dodendraad, een door de Duitse bezettingstroepen geplaatste elektrische grensafscheiding. De eerste krokussen bloeien sinds afgelopen zondag tussen Weert en Lozen-Bocholt nabij Grenspaal 166 aan de Zuid-Willemsvaart. Schoolkinderen plantten in 2018 tussen Cadzand aan de Noordzee en het Drielandenpunt in Vaals met vrijwilligers en grensgemeenten een lint aan van meer dan 200.000 krokussen. De bloemen staan symbool voor de porseleinen isolatoren van de Dodendraad.

Met de aanleg van de elektrische draadversperring probeerden de Duitse bezetters van België een einde maken aan de vlucht van oorlogsvrijwilligers, spionnen en smokkelaars. Omdat in die tijd stroom nagenoeg onbekend was, kostte die grensversperring enorm veel levens. Schattingen lopen uiteen van 100 tot 1600 slachtoffers. Tussen Bocholt en Kinrooi vielen in twee jaar tijd maar liefst 36 doden. Niet alleen smokkelaars, vluchtelingen en militairen van diverse nationaliteiten, maar ook veel lokale bewoners.

Het bloesemlint aan de Kempenstraat tussen Weert en Bocholt Lozen werd drie jaar geleden aangeplant door de leerlingen van scholen van Molenakker en Lozen. Deze straat aan de Zuid-Willemsvaart werd hier speciaal voor de Dodendraad door de Duitsers aangelegd. Een net door het kanaal net op de grens moest voorkomen dat mensen via het kanaal zwemmend België probeerden te ontvluchten.

Overigens werden door smokkelaars in die tijd enorme vermogens vergaard.

De Dodendraad in Weert was in 1916 ook nog even landelijk nieuws toen de Weerter graanhandelaar Bolle Jan Hendriks 850 schapen via de dodendraad 850 in het ondoordringbare Wijffeltebroek liet verdwijnen. Met deze opzienbarende schapensmokkel zette hij de Nederlandse neutraliteit op het spel waarop hij met zijn gezin voor straf achter de grote rivieren in ballingschap moest.

Met de aanplant van het krokuslint en de opzet van een langeafstandsfietsroute langs delen van het voormalige Dodendraadtraject wil de initiatiefnemer, de stichting Verhalis de herinnering aan de Dodendraad levend houden.

Foto’s: Gert van Elk

Share on facebook
Facebook
Share on google
Google+
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Share on pinterest
Pinterest
Share on whatsapp
WhatsApp

OOK INTERESSANT

(HETZELFDE ... MAAR TOCH ANDERS)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *